"Bekijk het eens van de andere kant," is een veel gehoorde vraag in mijn postbus en in de comments op Pliep.nl.
Het gaat natuurijk weer over Flash. Nou, hierbij dan de andere kant.De kant van Adobe
Adobe wil geld verdienen met Flash en daarom moet Flash op zoveel mogelijk apparaten staan. Flash is een losse player die apart moet worden geïnstalleerd. Het businessmodel van Adobe is dat de player gratis is, maar de tools voor het maken van Flash content niet.
Dit business model is zeer begrijpelijk en ik heb daar geen enkel bezwaar tegen. Adobe verdient er miljoenen mee, en ook dat is prima.
De risico's voor Adobe
Een nadeel van het maken van een player die op een besturingssysteem geïnstalleerd moet worden, is dat er wel besturingssystemen moeten zijn waarop het mogelijk is om dat te doen. Windows, Mac en Linux staan dit bijvoorbeeld toe.
Andere systemen zoals medische computers, procescomputers en bijvoorbeeld het OS van de Space Shuttle staan geen Flash player toe. Dat is niet lullig bedoeld, maar er bestaan talloze besturingssystemen op de wereld --buiten de visie van consumenten-- waar geen Flash op mogelijk is.
Nu is dat helemaal niet zo erg omdat Flash nou eenmaal gericht is op consumenten en niet op moeilijke procescomputers.
Maar nu komt er opeens een besturingssysteem op de markt dat helemaal gericht is op internettende consumenten: het iPhone OS. De fabrikant (Apple) kiest om geen Flash te ondersteunen.
Dat is een risico voor Adobe. Omdat Adobe zelf geen besturingssystemen maakt is men dus afhankelijk van de medewerking van andere fabrikanten. De kans bestaat dat een fabrikant, om wat voor reden dan ook, niet meewerkt.
Het is begrijpelijk dat Adobe niet blij is dat Apple niet meewerkt. Immers het business model komt in gevaar als meer fabrikanten dit gaan doen.
De kant van de Flash developer
Voor Flash developers is het belang van Adobe ongeveer hetzelfde als hun eigen belang: Flash moet op zoveel mogelijk systemen staan, want dat levert klanten op.
De klant wil graag een Flash site of een Flash applicatie, en de Flash ontwikkelaar maakt het.
Als een ontwikkelaar zich 100% richt op Flash heeft dat als voordeel dat hij een specialist is. Maar een nadeel is dat technologie zich uiterst snel ontwikkelt en het is dus tricky om al je geld op één paard te zetten.
Een risico voor deze ontwikkelaars is dat Flash mogelijk verdwijnt of uit de mode raakt.
Wat nu bestaat, bestaat over een paar jaar misschien niet meer (iemand een WAP site?), en wat aanvankelijk niet bestaat, kan binnen een paar jaar wereldwijd in gebruik zijn (iemand een iPhone?). Zo gaat dat nou eenmaal met computers en het internet.
Elke developer, Flash of geen Flash, weet dat hij zich de rest van zijn leven zal moeten bijscholen. Ikzelf leerde ooit BASIC, Pascal, C (zonder ++) en WordPerfect. Ze zijn allemaal vrijwel helemaal verdwenen, zo is het harde leven voor de ontwikkelaar.
De kant van de creatieve content-creator
Talloze creatives maken gebruik van Flash om animaties, presentaties, mock-ups en demo's te maken. Voor hen is het belang dat zoveel mogelijk mensen een Flash player hebben.
Flash is voor hen zowel een gereedschap om het werk te maken als een hulpmiddel om hun werk te tonen.
Maar net zoals de timmerman en de automonteur moet je je bewust zijn van nieuwe gereedschappen en het feit dat sommige gereedschappen verdwijnen.
De fotograaf moet steeds meer betalen voor fotorolletjes omdat de digitale foto zijn opmars maakt. De schilder en drukker moeten over op verfsoorten en inkt zonder gifstoffen. Digitale technieken worden omarmd. De animator gaat van 24 kleipoppetjes per seconde naar CGI, rendering, computergraphics.
Bij het kiezen van de gereedschappen en hulpmiddelen moet je je realiseren dat dit in de toekomst kan veranderen. Als je 10 jaar geleden op een Mac iets maakte wist je vrijwel zeker dat een Windowsgebruiker je bestand niet zou kunnen openen.
Als je nu een HTML5 applicatie maakt weet je zeker dat Internet Explorer het niet goed weergeeft. Elk gereedschap heeft zo zijn voor- en nadelen, en kan achterhaald worden door iets anders.
De creatieve content-creator moet net zo hard met zijn tijd mee als iedereen. Hij of zij kan er niet vanuit gaan dat Flash de rest van zijn of haar leven hét gereedschap zal zijn.
Het is begrijpelijk dat men liever niet wil dat er iets verandert, vooral wanneer het inkomen afhankelijk is van deze gereedschapppen.
De kant van reclamebureau's
Reclamebureau's maken gebruik van Flash om uitgebreide interactieve advertenties mee te maken.
Het is mooi voor reclamebureau's als zoveel mogelijk mensen een Flash player hebben. Maar talloze mensen gebruiken een Flashblocker in hun browser. De goede adverteerder weet dit en zorgt voor alternatieven.
Flash is niet heilig voor adverteerders. Adverteerders gaan mee met mode, hype, rage en voortdurend veranderende platforms. Een paar jaar geleden had niemand kunnen denken dat er bijvoorbeeld Hyves zo groot zou worden.
Elke adverteerder is waakzaam genoeg om te bekijken of Flash al dan niet een geschikt platform is om een boodschap te verkondigen, en als het marktaandeel van Flash gaat dalen kunnen ze zelf beslissen op welke manier verder te gaan. Met HTML5 bijvoorbeeld.
Ook voor adverteerders is Flash gewoon een gereedschap. Net als posters, flyers, TV- en radio. Displays, borden, broadcasting, internet. Als Flash verdwijnt is er wel weer iets anders te vinden.
Ik denk dat adverteerders het minste moeite zullen hebben als Flash zal verdwijnen. Vrijwel elk jaar komt er wel iets nieuws, zoals nu Bluetooth marketing of straks het Chrome OS.
De kant van de consument
Consumenten hebben plezier van Flash omdat er veel spelletjes en websites bestaan die er mee gemaakt zijn.
Maar hij betaalt hiervoor doordat hij een snellere computer nodig heeft met grafische mogelijkheden, en een besturingssysteem dat Flash ondersteunt. Momenteel is Flash beschikbaar op de meeste consumentensystemen, zoals Windows, Mac en Linux.
Mobiele systemen zoals telefoons, PDA's en tabletcomputers waar Flash op draait zijn momenteel zeer schaars en helemaal geen normaliteit.
Sinds een jaar of drie is het mobiel gebruik van internet explosief gestegen. Voor die tijd was er geen enkele consument die een Flash player verwachtte op een telefoon.
Nu mobiele telefoons steeds meer op gewone computers gaan lijken groeit mogelijk het verlangen van consumenten om een Flash player te hebben. Dat is een logische gedachte, want men heeft op de desktop immers ook Flash.
Met Flash op een mobiel kan men meer websites bekijken en meer video's. Het is begrijpelijk dat de consument hierom vraagt.
De kant van Apple
Apple ondersteunt op de iPhone ook geen Silverlight, geen Real Media, geen Flash en minder formaten van het eigen QuickTime media dan op Windows en de Mac.
Apple wil namelijk net als Adobe zoveel mogelijk geld verdienen met het eigen platform, en kiest er bewust voor om allerlei platforms van concurrenten uit te sluiten.
Maar ook de performance en energieverbruik zijn belangrijk vanwege de kleine batterij van mobiele apparaten. Daarom worden ook niet eens alle QuickTime formaten afgespeeld, terwijl je die op de Mac en Windows wél kan afspelen. Apple beperkt dus nota bene het eigen QuickTime platform ook op de iPhone, vanwege technische redenen.
Het is gebruikelijk en begrijpelijk dat makers van besturingssystemen kiezen om niet álles te ondersteunen. Mac OS 9 (en oudere) applicaties kan je niet meer draaien op Mac OS X, simpelweg omdat Apple graag wil dat je Mac OS X technologie gebruikt.
De kant van Pliep
Pliep is een ontwikkelaar die ooit Pascal software maakte voor MS-DOS machines. De programmeertaal en het besturingssysteem verdwenen. Het internet en HTML kwamen op, en Pliep ging websites programmeren.
Toen kwam de iPhone, en Pliep stapte in dat bootje door iPhone apps te gaan ontwikkelen. Klanten die websites willen worden de deur gewezen.
Pliep heeft er belang bij dat Flash vooral blijft bestaan: er zijn vele, vele malen meer Flash ontwikkelaars dan iPhone ontwikkelaars en als die allemaal hun baan kwijtraken en overstappen op iPhone apps is het alleen maar in het nadeel van Pliep omdat hij dan een leger aan concurrenten krijgt.
Pliep heeft al een hekel aan Flash sinds het werd uitgevonden, omdat hij het traag, irritant en slecht geprogrammeerd vindt. Pliep gebruikt een Flash-blocker sinds deze bestaan. Pliep installeert ook nooit een plugin voor andere mediaspelers in zijn browser, en hij vindt dat Adobe's software bijna net zo slecht gemaakt is als Microsoft software.
En daarom is Pliep het er van harte mee eens als Flash verdwijnt. Het is begrijpelijk dat Pliep zo denkt, en gelukkig voor hem is hij niet de enige.
Maar wie heeft er nu gelijk?
Adobe heeft HARDSTIKKE GELIJK dat ze hun eigen product willen verdedigen. Flash ontwikkelaars, content-creators en reclamebureau's hebben HELEMAAL GELIJK dat ze hun business graag willen voortzetten.
Consumenten hebben mijn volledige steun als ze graag zoveel mogelijk websites willen bekijken op hun mobiele telefoon.
Maar ze moeten niet allemaal net doen alsof het opeens allemaal Apple's schuld is als Flash faalt of verdwijnt, simpelweg omdat Apple hardop durft te zeggen wat ze niet goed vinden aan Flash.
Adobe heeft er zélf voor gezorgd dat de Flash player technisch gezien niet stabiel en niet veilig is.
Adobe heeft er zelf voor gezorgd dat er geen goed werkende mobiele Flash player is voor welk platform dan ook. Android lijkt nu eindelijk werkelijkheid te gaan worden, maar vooralsnog is ook daar geen Flash player te vinden.
Vrijwel geen enkele fabrikant van mobiele besturingssystemen heeft op dit moment een mobiele telefoon waar Flash op draait. Dat komt door Adobe.
Adobe valt Apple alleen maar aan omdat Apple hot is, in het nieuws komt, en zich heeft uitgesproken over Flash. Adobe meet zichzelf een slachtofferrol aan, terwijl ze bewust hun business model hebben gebouwd op basis van afhankelijkheid van fabrikanten van besturingssystemen.
Economie
Apple kiest er op dit moment voor om geen Flash tools en player te ondersteunen en zegt dit gewoon hardop. Deze eerlijkheid wordt bestraft met complot-theorieën en geroep dat allerlei mensen hun baan kwijtraken.
Het is inderdaad vervelend voor Adobe, Flash-ontwikkelaars, creatives en consumenten als er geen Flash op de iPhone en iPad mogelijk is.
Maar wij kennen allemaal zoiets als marktwerking. Apple's keuze om geen Flash te ondersteunen is volledig legitiem en iedereen is vrij om Apple's producten links te laten liggen.
Als je héél graag een iPhone wil zal je moeten afwegen of je het wel zeker weet, omdat er geen Flash player op zit. Net als wanneer je een auto koopt heeft elk merk zo zijn eigen voor- en nadelen, features en gebreken.
Uit de verkoopcijfers van de iPhone blijkt dat heel veel consumenten toch een iPhone kopen, ondanks dat er geen Flash op zit. Er zijn ook evenzoveel, nee, méér consumenten die helemaal geen iPhone kopen.
Laten we allemaal niet net doen alsof Apple een boeman is die keuzevrijheid beperkt en de business van Adobe kapot maakt.
Apple is net zo goed of zo kwaad als Adobe, Microsoft of Google en elk van deze bedrijven heeft zo zijn eigen manieren om consumenten in de greep te krijgen. Daar is niets vreemds of verkeerds aan; dat heet vrije markteconomie. Dit artikel is meer dan een jaar oud en daarom gearchiveerd. - Reacties op dit artikel worden niet meer getoond. |